Sint Martinus naamfeest 11november

ikoon St Martinus

Patroonheiligen in onze Pastorale Eenheid : op 11 november vieren we het naamfeest van Sint-Martinus, Sint-Maarten, één van de patroonheiligen van de kerken van onze Pastorale Eenheid, namelijk die van de kerk van Avelgem.

We citeren uit K&L 44 , een bijdrage over Sint-Martinus, namens  Roger Witdouck 

MARTINUS VAN TOURS

(11 november; Belijder en bisschop)

Naam:           Maarten, Mart, Martin, Ties, Tinus, Maartje, Martina, Martine, Tina, Tineke…

Iconografie:  Romeins soldaat te paard die zijn mantel voor een bedelaar in tweeën snijdt of als bisschop.

Patroon         van een tiental parochies in Vlaanderen, waaronder Ieper (gewezen kathedraal) Moorsele, Kortrijk, Avelgem…

Patroon          o.m. van bedelaars, herbergiers, herders, kleermakers, militairen, enz.

Martinus werd omstreeks 316 geboren in Sabaria (Hongarije) omdat zijn vader aldaar militair (tribuun) was in het Romeins leger. Ook Maarten trad in dienst, maar hij werd gedelegeerd in Gallië.

Van jongsaf legde Martinus zichzelf een tamelijk strenge discipline op en moet hij op een of andere manier gecharmeerd zijn geworden door het christendom. Van zijn soldij hield hij slechts zoveel over als hij nodig had om te eten en te drinken. De rest ging naar behoeftigen. Zo trof hij eens in Amiens een arme sloeber aan, rillend van de kou. Martinus maakte zijn mantel los, trok zijn zwaard, sneed die in tweeën en gaf de helft aan de bedelaar. ‘s Nachts had hij een droom, een visoen zei men. Hij zag Christus gekleed in zijn eigen mantel. Daarop liet hij zich onderichten in de christelijke leer en liet zich dopen.

Als militair moest Martinus zijn diensttijd afmaken. Opgeroepen om in Worms te gaan vechten tegen oprukkende “barbaren” weigerde hij aan de slag deel te nemen omdat hij geen menselijk bloed wilde vergieten. De keizer verweet hem zijn lafheid. Martinus antwoordde dat hij een soldaat van Christus was en dat hij ‘s anderendaags de tegenstanders ongewapend tegmoet zou treden. Dat deed hij dan met het kruis van Christus in de hand. De volgende dag gaf de vijand zich zonder slag of stoot over, zo gaat het verhaal…De keizer bleek overtuigd van Martinus’ goddelijke bescherming en ontsloeg hem van zijn militaire verplichtingen.

Na een reis in Italië stichte Martinus een abdij in de buurt van Poitiers waar hij ondertussen de bisschop St. Hilarius van Poitiers had leren kennen en zijn leerling werd. Terwijl hij eens in de buurt het geloof verkondigde, – steden waren toen grotendeels gechristianiseerd, niet het platteland – werd een jonge kloosterling ernstig ziek. Toen Martinus thuis kwam was die al overleden. Hij ging de cel binnen, strekte zich uit boven diens lichaam. Twee uur lang bleef hij zo bidden. Zodra Martinus was opgestaan sloeg de jongen zijn ogen open en herleefde.

In 371 was de bisschopszetel van Tours vacant geworden. De inwoners wensten dat Martinus de nieuwe bisschop zou worden, maar ze wisten ook dat hij zou weigeren. Daaraop verzon men een truc. Een van de inwoners zocht Martinus op met de mededeling dat zijn vrouw ernstig ziek was. Onmiddellijk ging hij met die man mee. Toen Martinus de muren van Tours binnentrad, steeg een luid gejuich op. Hij aanvaardde het ambt. Eerst trok hij met enkele van zijn monnikken naar een geheime plek in de buurt, waar nu Marmoutier ligt. Een andere “legende” daaromtrent vertelt dat Martinus zich verborgen had in een ganzenstal. Maar die vogels verraden hem door hun gesnater.

De nieuwe bisschop nam zijn taak ter harte en ging prediken, ook in de landelijke omgeving waar nog veel heidenen woonden. Op een dag vernietigde hij een tempel die aan afgoden gewijd was. De inwoners lieten begaan maar verboden hem de heilige boom ter plekke om te hakken. Wie dit toch deed zou dood neervallen. ‘Doe maar,’ zei bisschop Martinus, ‘ik ga op de plek staan waar hij neervalt’. Nu stond die boom enigzins scheef en dus zetten ze Martinus met vastgebonden voeten daaronder. Na enkele bijlslagen viel het gevaarte een andere kant uit en doodde enkele omstaanders. De mensen bekeerden zich ter plekke.

Martinus was omtrent tachtig toen hij zijn einde voelde naderen. Op 8 november 397 zagen zijn broeders dat zijn ziel door een engel in een glanzende lichtstraal naar de hemel werd gevoerd. Drie dagen later werd hij plechtig begraven in de kathedraal van Tours.[1]

 

Roger Witdouck

Ben geboren in Moorsele, 10. 11. 1933, de vooravond van het Sint Maartensfeest in Moorsele.

Als kinderen trokken wij op de vooravond van Zijn feest, in kleine groepjes doorheen de straat, gewapend ofwel met een gekleurde papieren lantaarn in de hand, ofwel een uitgesneden en aan de buitenkant vesierde koeienbiet, waarin een kaars brandde. Om een cent of wat “sneukelingen” trokken we van deur tot deur al zingend:

 

      Sinte Maartensavond, de torre gaat mee naar Gent

       en als myn moeder(ke) wafels bakt

       we zitten zo geern omtrent

       Waakt  t vier, stookt ‘t vier, sinte Maarten komt alhier

       met zijne bloten arme, warme, warme liere

       overmorgen sintelap, ‘k ete zo geerne kèrepap (zoetepap)

       k’ete zo geerne toarte, ter ere van Sinte Maarte.

 

We spreken en schrijven over de jaren voor en kort na Wereldoorlog II.

Versie van dit lied is al opgenomen in het werk van Baron de Reinsberg-Düringsfeld, Le Calendrier Belge, Brussel, 1861, deel II, p. 268/269,

Vandaag blijkt dit gebruik in Moorsele op Sinte-Maartensavond nog te bestaan maar dan in  georganiseerde groep(jes) . Gevaar in het verkeer en het kleinere groepje echte inboorlingen hebben het  oude Sint-Maartensfeest in moeilijkheden gebracht.

[1]Zie L JONGEN, Heilig in de Lage Landen. Herschreven Levens. Davidsfonds, Leuven,  2005, 315 e.v.; J en A. CLAES, K. VINCKE, Sanctus, Meer dan 500 heligen herkennen, Davidsfonds, Leuven, 2002, 19 e.v. Historisckritische biografie van Martin de Tours: zie Catholicisme Hier, Aujourd’hui, Demain, deel 8, kol. 745 – 752. Letouzzey et Ané, Parijs, 1979. Zie ook Les Petits Bollandistes, deel XI. 10 november.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.